Stranding van een bruinvis
Inleiding
Jaarlijks komen er honderden cetacea onbedoeld op het strand terecht. Dit kan zijn omdat het dier ziek is, gewond, gedesoriënteerd of het kan bijvoorbeeld gaan om een jong dier dat zijn groep is kwijtgeraakt. Stranding is in vele gevallen fataal voor een zeezoogdier. Wanneer een walvisachtige op het droge ligt is er gevaar voor uitdroging, oververhitting, maar ook interne beschadiging vanwege het gewicht wat ineens op de organen komt. Ook zijn ze kwetsbaar voor eventuele schade aangebracht door meeuwen en vossen die het dier al beginnen aan te vreten wanneer het nog leeft. In sommige gevallen worden de dieren echter op tijd gevonden. Wanneer je een dier op het strand vind is het altijd in nood! De foto's zijn van een levend gestrande bruinvis die werd ondergebracht in de roggenpoel van het Zeeaquarium. Hier leefde voorheen ooit een gewone zeehond. Wanneer je zelf een bruinvis tegenkomt moet je deze echter niet zomaar verplaatsen! Hieronder staan een aantal aanwijzingen die je kunt volgen bij een stranding:
1. Cetacea stranden altijd met een reden. Ze zijn ziek, gewond of op een andere manier hulpbehoevend. Duw ze daarom nooit terug in zee! Ze hebben medische zorg nodig. Vaak hebben cetacea die al enige tijd op het strand liggen ontzettende pijn aan de spieren of zelfs interne verwondingen van het liggen op de oppervlakte. Wanneer je een dier dan terug in het water brengt is het waarschijnlijk onmogelijk om te zwemmen en riskeer je dat het dier verdrinkt.
2. Probeer het dier niet te verplaatsen, hierdoor kun je juist meer schade en stress aanbrengen. Verplaats het dier alleen als het echt nodig is. Stress is een grote factor in de uiteindelijke overlevingskansen van het dier. In een benauwde en ongewone omgeving liggen kan het dier al de nodige stress aanbrengen. Wanneer je het ook nog gaat verplaatsen zal dit alleen maar erger worden.
3. Zorg dat mensen op afstand blijven en zorg dat er maar een klein aantal mensen per keer hulp verricht aan het dier. Houdt huisdieren ten alle tijden op afstand! Ook dit kan veel stress veroorzaken aangezien de meeste cetacea prooidieren zijn en zich dus bedreigd voelen door mensen of huisdieren in hun nabije omgeving.
4. Onthoud: Dit zijn wilde dieren die niet gewend zijn aan aaien. Raak het niet meer aan dan nodig is. Spreek het liever op een kalme manier toe om het gerust te stellen. Hoewel cetacea intelligente dieren zijn, zullen ze in een stressvolle situatie zoals een stranding niet doorhebben dat je ze probeert te helpen. Aanrakingen zijn dan erg stressvol en bedreigend voor het dier.
5. Schakel hulp in. In Nederland is dit SOS Dolfijn, een kennis en opvangcentrum voor walvisachtigen in de Noordzee. Het noodnummer van SOS Dolfijn is 06-65098576. Als alternatief kunt u ook andere hulpdiensten bellen zoals de lokale autoriteiten, dierenarts of dierenbescherming. Zij zullen op hun beurt ook weer SOS Dolfijn inschakelen. Probeer zoveel mogelijk informatie te geven over de locatie en situatie waarin het dier verkeerd. Zo kunnen de hulpverleners doelgericht aan de slag wanneer ze op de locatie zijn aangekomen.
6. Gebruik een natte handdoek of kledingsstuk om het dier te bedekken en te koelen. Bedek nooit het blaasgat. Hierdoor ademt het dier. Cetacea kunnen niet door hun mond ademen. Wanneer je het blaasgat afdekt stikt het dier dus langzaam. Vaak houden gestrande cetacea de bek open, maar dit is door stress of oververhitting, niet met het doel te ademen aangezien dit anatomisch onmogelijk is voor ze. Houdt bij voorkeur de rugvin, staartvin en borstvinnen vrij.
7. Blijf het dier vochtig houden en koelen tot de hulpdiensten arriveren door water over het dier te scheppen, vergeet de ogen niet. Zorg dat er geen water of viezigheid in het blaasgat terecht komt. Vooral wanneer het warm en/of zonnig is is het belangrijk dat het dier niet uitdroogt en niet oververhit raakt. Zorg dat het hele lichaam van het dier nat blijft door kleine hoeveelheden water op te scheppen en over het dier heen te laten vallen.
8. Wanneer je lang moet wachten op hulp kun je eventueel gedeeltelijk een kuil onder de borstvinnen het dier graven om het te ontlasten. Lang op de oppervlakte liggen kan namelijk de interne organen van het dier beschadigen. Zorg echter wel dat het dier nog enigszins ondersteunt wordt. Probeer ook even uit of het graven niet teveel stress geeft.
9. Maak wanneer mogelijk een zonnescherm boven het dier van dekens of handdoeken. Vooral bij warm weer kan de zon kan snel voor uitdroging of oververhitting zorgen van zowel het dier als de mensen die proberen te helpen. Houdt er rekening mee dat het voor kan komen dat het een hele tijd duurt voor de hulpdiensten gearriveerd zijn.
10. Blijf op deze manier hulp verstrekken tot professionele hulp is gearriveerd.