De geschiedenis van cetacea in Nederland
Inleiding
Het Dolfinarium in Harderwijk, dat kent zo'n beetje iedereen wel. Dit park dat al sinds de jaren 60' open is voor publiek is toch wel een icoon in Nederland. Daarbij is het ook de enige plek in Nederland waar je dolfijnen kunt zien in gevangenschap. Wist je ook dat ze vroeger orka's hadden? of zelfs nog veel zeldzamere soorten? En wist je ook dat Nederland op een bepaald moment vijf verschillende dolfinaria had? Veel van deze geschiedenis was van korte duur of is uiteindelijk vergeten. Ik ben echter een groot fan van dierenpark geschiedenis en verzamel ook memorabilia. In deze blog laat ik wat meer zien van de verschillende dolfinaria die in Nederland hebben bestaan, evenals de soorten die hier leefden. In totaal zijn er acht parken die cetacea of walvisachtigen hebben gehad in Nederland, waarvan vijf dolfinaria. Vandaag de dag zijn er nog twee locaties met walvisachtigen in Nederland. Dolfinarium Harderwijk is het enige park met dolfijnen. Hiernaast is er het onderzoekslab SEAMARCO, dit lab huisvest bruinvissen. SEAMARCO is echter niet toegankelijk voor het publiek. (update in 2012 kwamen er twee bruinvissen naar Ecomare, waardoor er drie faciliteiten waren die cetacea hielden in Nederland, in 2021 verhuisden zij echter weer terug naar het Dolfinarium). Nederland heeft hiermee een vrij rijke geschiedenis aan zeezoogdieren in gevangenschap voor zo'n klein landje. Vandaag ontdekken we die geschiedenis. De volgende parken hebben cetacea gehad in het verleden:
Dolfinarium (Harderwijk) 1965 - Heden
Het Dolfinarium Harderwijk is een (zee)dierenpark gelegen in Harderwijk. Het is momenteel het enige park in Nederland dat dolfijnen huisvest. Het was ook het eerste park in Nederland dat dolfijnen aan haar collectie toevoegde. Het Dolfinarium is al sinds de jaren 50' een begrip in Nederland en heeft een rijke geschiedenis. In 1955 kwamen de eerste zeezoogdieren al naar het park. Dit waren verschillende jonge zeehondjes die met de fles gevoed werden voor het publiek. Zij werden al snel gevolgd door Californische zeeleeuwen, een Patagonische zeeleeuw en uiteindelijk ook de dolfijnen. Sindsdien is het park uitgegroeid tot een waar zeedierenpark met wel zeven verschillende soorten zeezoogdieren; De tuimelaar, de Californische zeeleeuw, de bruinvis, de walrus, de gewone zeehond, de grijze zeehond en de Steller zeeleeuw. Mede hierdoor staat het Dolfinarium bekend als het grootste zeedierenpark van Europa, al zijn de meningen hier over verdeeld. Verder zijn er nog verschillende soorten haaien, roggen, overige vissen en andere lagere dieren te bekijken en zelfs aan te raken! Het Dolfinarium biedt verschillende voorstellingen en presentaties aan met deze dieren. De dolfijnen in het park zijn verdeeld over twee leefgebieden; de dolfijnendelta en het dolfijndomijn. De eerste vier dolfijnen arriveerden in 1965 vanuit de Verenigde Staten. Dit waren de dieren Peppy, Wiki Wiki, Moby Dick en Mammaloe. Hierop volgend trok het Dolfinarium in diezelfde zomer meer dan 40.000 bezoekers, een abnormaal hoog aantal voor die tijd. Niet snel daarna arriveerden meer tuimelaars. Een jaar later trok het park 800.000 bezoekers. Dit absurd hoog voor die tijd en de grootte van het park. Hierdoor ontstonden er al vroeg plannen voor een eventuele uitbreiding.
Dat zelfde jaar arriveerden er drie witzijdedolfijnen uit Californië genaamd Barbie, Dopey en Panda. Barbie liep op 16 maart 1967 hersenschade op en stierf nadat ze op een bassinrand terecht was gekomen. In april volgde Dopey, hij overleed aan longproblemen. In juni overleed uiteindelijk ook Panda. Helaas zijn er daarna nooit meer witzijdedolfijnen gehouden in Nederland. Vanwege de enorme interesse en de grote bezoekersaantallen werd er besloten een groot overdekt verblijf te bouwen voor zowel dolfijnen en orka's. Dit gebouw werd 'de Koepel' genoemd en is vandaag de dag bekend onder de naam 'Dolfijndomijn'. De Koepel opende in 1968. Voor dit nieuwe verblijf werden nieuwe dolfijnen geimporteerd waaronder dolfijn Skinny. Dat zelfde jaar arriveerde ook de eerste orka van het Dolfinarium, een mannetje genaamd Tula. Helaas overleed hij op 23 oktober 1968 aan een hartafwijking. Er zouden vanaf dan tot aan de jaren 80' regelmatig orka's naar het Dolfinarium komen. De meeste waren op doortocht naar andere parken, maar één vrouwtje genaamd Gudrun was van het Dolfinarium zelf en werd jarenlang in shows gebruikt. In 1987 werd besloten dat Gudrun moest verhuizen naar een plek met soortgenoten. Zij had namelijk geslachtsrijpheid behaald en was intussen flink gegroeid. Het Dolfinarium had zelf geen mogelijkheid om meerdere orka's te houden en contacteerde de Seaworld parken in de Verenigde Staten. Orka Gudrun zou op 16 november 1987 naar Seaworld Orlando in Florida verhuizen. In ruil daarvoor zou het Dolfinarium drie zwarte zwaardwalvissen ontvangen. Dit is een dolfijnensoort die wat op de orka lijkt, maar een stuk kleiner is. Op 10 november kwamen er drie zwarte zwaardwalvissen aan vanuit Japan. Dit waren de vrouwtjes Siva en Oban en het mannetje Bandar. De dieren voerden in 1989 hun eerste show op. Helaas stierven alledrie de dieren snel. Bandar in 1992, Siva in 1993 en uiteindelijk ook Oban in 1994. Achteraf bleek dat de dieren al ziek waren geweest bij aankomst. In 1997 opende het Dolfinarium de lagune of dolfijnendelta. Dit was het eerste habitat van zijn soort en baanbrekend voor die tijd. In 2004 en 2005 werd het park en de verblijven van de dieren verbouwd. Het was voor het eerst mogelijk de walrussen onderwater te zien. Bruinvissen in permanente opvang, die eerst in Neeltje Jans en SOS Dolfijn verbleven kregen een eigen plek in het oude walrusverblijf.
Dolfirama (Zandvoort) 1969-1988
. Het succes van het Dolfinarium in Harderwijk en dolfijnen in het algemeen bleef niet onopgemerkt. Verschillende andere instanties begonnen de mogelijkheid om dolfijnen te houden te onderzoeken. Burgers' Zoo in Arnhem had zelfs voor het Dolfinarium al plannen betreft het houden van dolfijnen, deze werden na de opening van de dolfijnenshow in Harderwijk echter van de kaart geveegd. NV Bouwes, een groep die al een hotel had op de boulevard in Zandvoort durfde het uiteindelijk aan een dolfinarium te bouwen. De bouw kostte twee jaar en 2 miljoen gulden. De opening was op 25 april 1969. De dierentuin Artis uit Amsterdam was mede verantwoordelijk voor het draaiende houden van het dolfinarium en de verzorging van de dieren. Tijdens de opening van Dolfirama was het één van de grootste dolfijnenverblijven ter wereld. Behalve tuimelaars en Californische zeeleeuwen waren er ook verschillende zout en zoetwater aquaria te bewonderen. Hiermee was het Dolfirama vrij uniek voor haar tijd. Deze 'onderwatergallery' had ook verschillende ramen waar de dolfijnen en zeeleeuwen onderwater te zien waren.
Het Dolfirama was open van oktober tot maart en er waren twee shows per dag te zien op woensdag, zaterdag en zondag. Tussen de shows door konden bezoekers de aquaria en onderwaterruimte bewonderen. Dit was eveneens uniek. De meeste dolfinaria in die tijd waren alleen kort voor de show, tijdens en kort na de show open. Het Dolfirama trok hiermee veel publiek en de ligging was erg gunstig om Duitse en andere buitenlandse toeristen aan te trekken. In 1969 kwamen er 300.000 mensen naar het Dolfirama, één jaar later waren dit er al 400.000. Ondanks de concurrentie van het Dolfinarium in Harderwijk was het dolfinarium in Zandvoort dus erg succesvol! Dit hield zo'n tien jaar stand. Daarna werd de Bouwes groep overgenomen door Michael Hordo, een Canadese zakenman. In 1981 verklaarde Hordo dat het Dolfirama niet meer winstgevend zou zijn en hij wilde de dieren gaan verkopen en het gebouw omtoveren tot een sportcentrum. Er werden allerlei acties ondernomen om Hordo te bewijzen dat het Dolfirama wel winstgevend kon zijn, maar het bedrag dat Hordo eiste ( drie miljoen gulden) werd niet opgehaald. In 1982 ging Hordo's bedrijf failliet en verdween hij van het toneel waarbij hij schulden van bijna 20 miljoen gulden achterliet. Een jaar later werd een groot deel van de Bouwes groep verkocht en werd het personeel van het Dolfirama ontslagen met de voorwaarde dat zij voor de dieren mochten blijven zorgen met geld uit de Dolfirama stichting. Op dit moment greep zakenman Wim van der Meulen in. Hij kocht het Dolfirama voor 800.000 gulden en had toegezegd de nodige renovatie vanwege het achterstallig onderhoud te financieren. Op 29 april 1983 was er vervolgens een feestelijk heropening. Qua dieren was er niks veranderd, hoewel er wel serieuze plannen waren een jonge orka te gaan houden. Hoewel de bezoekersaantallen groeiden van 40.000 in 1983 naar 75.000 in 1984 en zelfs 175.000 in 1985 bleken inkomsten nog steeds te laag te zijn om het Dolfirama draaiende te houden. In 1988 sloot het Dolfirama voorgoed haar deuren.
Dolfirodam (Rotterdam & Scharendijke) 1970-1980
Zowel de eigenaar van Diergaarde Blijdorp als de Euromast hadden zo vroeg als 1966 al interesse in het bouwen van een dolfinarium. De praktische zaken, financiering en het gebrek aan ruimte dwarsboomde deze plannen. Uiteindelijk kreeg Rotterdam toch een eigen dolfinarium, maar dat was van een hele andere eigenaar. In 1969 na het opmerken van het succes van zowel Dolfinarium Harderwijk als Dolfirama Zandvoort werden er plannen gemaakt om een dolfinarium te bouwen in Rotterdam als toeristische attractie. Er werd 2.3 miljoen gulden opgehaald door de zakelijke gemeenschap Rotterdam en het idee was om het dolfinarium in de haven te bouwen. Vanwege de bekendheid van de Rotterdamse haven was het concept om s'werelds eerste 'drijvende dolfinarium' te realiseren door het geheel op schepen te bouwen. Uiteindelijk werd dit gerealiseerd in Leuvehaven vlakbij het centrum en kreeg de naam "Dolfirodam", een combinatie van het woord dolfijn en Rotterdam.
Een grote aak werd geconverteerd naar dolfinarium met twee halve schepen als tribunes. In het complex was alles aanwezig: Een showbassin, nachtverblijven, een verwarmingssysteem en een filtratiesysteem. De hele constructie was bijna 100 meter lang, vergezeld door een kleinere boot met een café, terras en souvenirwinkel. In de voormalige kapiteins kajuiten werden drie woon-units gebouwd voor de trainers. Dolfirodam opende in mei 1970. Het Dolfinarium in Harderwijk had supervisie over de dolfijnenshow. De dolfijnen werden getraind door Dudok van Heel, de curator van het Dolfinarium. De samenwerking tussen het Dolfinarium en Dolfirodam hield het daaropvolgende jaar ook nog stand, daarna keerden de dolfijnen terug naar Harderwijk en was werd het management van Dolfirodam volledig verantwoordelijk. Er werden alleen tuimelaars gehouden in Dolfirodam, zes dieren in totaal genaamd: George, James, Birdy, Doris, Hazel, Kathy. Zij verhuisden later terug naar Harderwijk en naar Delphinarium Münster. Er werd ook tijdelijk een gestrande bruinvis gehouden.
In 1973 had de gemeente andere plannen met Leuvehaven en het management moest zich gaan verdiepen in een nieuwe locatie voor Dolfirodam. Deze werd gevonden in Scharendijke bij Middenschouwen, Zeeland. Op 6 mei 1973 werd de laatste show uitgevoerd in Rotterdam. Onmiddelijk daarna begon de verhuizing. Aangezien het Dolfirodam op schepen lag was het vrij makkelijk om de constructie te verhuizen. Met een sleepboot werd het naar Scharendijke gebracht. Op 1 juni 1973 opende het dolfinarium opnieuw onder dezelfde naam. Dit keer werden er naast tuimelaars twee Patagonische Zeeleeuwen gehouden. Deze dieren waren echter ongetraind en zelfs na anderhalf jaar werden de dieren weinig gebruikt in shows. Later volgde er nog drie Zuid-Amerikaanse zeeberen. Ook hier werden plannen gemaakt voor het houden van een jonge orka, dit kon echter niet worden gerealiseerd vanwege ruimtegebrek. Openingstijden waren vooral in het toeristenseizoen. Zoals de andere dolfinaria uit die tijd sloot het complex in de winter voor publiek. Dolfirodam trok een redelijk aantal bezoekers; zo'n 140.000 tot 145.000 per jaar gemiddeld met een piek van 158.000 bezoekers in 1977. Na een tijdje waren de schepen waarop het dolfinarium was gebouwd aan het verslijten. Er moest dus op korte termijn een nieuwe locatie worden gezocht. Ook was de capaciteit van het complex te klein en het toeristenseizoen te kort. Aan het einde van de jaren 70' werd duidelijk dat de schepen dusdanig waren verouderd dat er geen nieuwe vergunning zou worden uitgegeven. Er werd besloten het Dolfirodam te sluiten en naar een vaste locatie te verhuizen in Stein, Limburg. Hier bouwen was aantrekkelijk vanwege het toerisme in die regio en de subsidie die kon worden verstrekt. Op 26 oktober 1980 werd de laatste show opgevoerd. Het gebouw werd vervolgens in 1981 bijna volledig gesloopt.
Dolfirado (Stein) 1981 - 1987
In 1981 opende het Dolfirado in Stein, Limburg als onderdeel van het recreatieoord Steinerbos. Dit omvatte al een speeltuin, zwembad en verschillende dierenverblijven (voor bijvoorbeeld kleine primatensoorten) en een hertenkamp. Als voorbeeld werd het Dolfirodam in Scharendijke genomen. De lay-out van het dolfinarium was dan ook bijna een kopie van dat in Scharendijke. De naam was bedoeld als een combinatie van dolfijn en en El Dorado en moest weergeven dat het een dolfijnenparadijs zou zijn voor jong en oud. Dit ging niet zoals gepland. Helaas trok het lang niet zoveel bezoekers als verwacht. Vervolgens kwam er ook nog een recessie waarvan de effecten met name in Limburg waren te voelen. Mensen gaven minder uit en het Dolfirado draaide al vanaf het begin verlies. Uiteindelijk werd het in 1985 failliet verklaard. De reden werd opgegeven als te weinig bezoekers. Op twee september 1985 sloot het Dolfirado. Hierna werd het opgekocht door de Nederlandse Middenstands Bank en verkocht aan dezelfde eigenaren als het Dolfirama in Zandvoort. In 1986 vond de heropening plaats. De shows werden verbeterd, educatiever en de bezoekersaantallen werden iets hoger, maar nog steeds niet zoals verwacht. In 1987 is Dolfirado Stein deels uitgebrand. Die dieren waren toen niet aanwezig, zij waren in Zandvoort vanwege de winterperiode. Omdat het gebouw niet was verzekerd was dit het einde voor het dolfinarium in Limburg. In 2002 werd het gebouw definitief gesloopt. Tegenwoordig is er niets meer van te zien.
Er waren tuimelaars te zien, een Patagonische zeeleeuw (origineel twee, maar één stierf vrij snel) en drie zeeberen. Op 29 juni 1982 werd een vierde zeebeer geboren, dit was waarschijnlijk de eerste succesvolle geboorte van een zeebeer in dit deel van Europa. Dit dier overleed helaas na zes maanden. Er werden grote plannen gemaakt voor het houden van een walrus, zeeolifant en een orka. Hier kwam uiteraard nooit iets van terecht. Het Dolfirado was ook een tijdelijk verblijf voor veel dolfijnen van andere parken. Tijdens de winter van 1982 verbleven twee dolfijnen uit Safaripark Gänsendorf in Stein vanwege renovaties aan het bassin. Een jaar later werd het Dolfirado gebruikt om zes dolfijnen en twee zeeleeuwen uit Walibi Belgium en Hansaland Sierksdorf te huisvesten tijdens de winterperiode. De originele dieren van het park zelf waren Tex, Farrah, Puck, Linda, Dolf, Door en Marleen. Op 2 september 1981 overleed dolfijn Farrah op 7-jarige leeftijd aan een bloeding, datzelfde jaar overleed Dolf aan een longabces. In 1985 overleed dolfijn Door op 17-jarige leeftijd. Datzelfde jaar verhuisde dolfijn Marleen naar Hagenbeck's Tierpark in Duitsland. De overgebleven dolfijnen Puck, Linda, en Tex verhuisden na de brand naar Boudewijn Seapark, waar ze nu nog steeds leven.
Dolfirena (Ouwehands Dierenpark) 1971-1989
Ouwehands Zoo was in de jaren 70' origineel van plan om de runderverblijven te gaan renoveren. Dit geld werd echter uiteindelijk in een dolfinarium gestoken omdat men dacht dat dolfijnen veel meer publiek zouden trekken dan nieuwe verblijven. Ouwehands dierenpark was uniek in Nederland vanwege het feit dat zij de dolfijnen en trainers huurden in plaats van het hebben van eigen dieren en shows. Dit werd in andere Europese landen zoals Duitsland, Oostenriijk en Italie al een tijd gedaan. Het verhuren van dolfijnen en trainers betekende dat het verhuurbedrijf verantwoordelijk was voor de dieren en Ouwehands Dierenpark voor de verzorging en voeding van de dieren. Het verhuurbedrijf zorgde ook voor de trainers en de show. Het eerste bedrijf waar Ouwehands Dierenpark mee samenwerkte was het Oostenrijkse bedrijf 'Tiebor', één van de bekendste in het verhuren van zeezoogdieren, trainers en shows. Vaak werden deze shows "Florida dolphin shows" genoemd, omdat enkele jaren eerder in Florida de eerste dolfijnenshows werden opgevoerd. Het 'Dolfirena' opende op 30 april 1971. In 1977 stopte de samenwerking met Tiebor en deze werd vervangen door T'Société biologique des Caraibes'. In 1981 nam Ouwehands Dierenpark de dieren uiteindelijk permanent over. In 1989 overleed de laatste dolfijn in het dierenpark op ongeveer 30-jarige leeftijd.
Wat speciaal was aan de Dolfirena was dat er niet alleen Atlantische tuimelaars leefden, maar ook de Grote Oceaan tuimelaar (T.gilli) en Tucuxidolfijnen (toen nog Sotaliadolfijnen genoemd). Er waren ook plannen om Kortsnuitdolfijnen (ook wel Commerson's dolfijnen genoemd) te huisvesten in samenwerking met Zoo Duisburg, deze dieren overleden echter tijdens transport en zijn dus nooit aangekomen in het park. Ook werden er Patagonische zeeleeuwen gehouden die meededen aan de shows. In het begin was de huisvesting en verzorging van de dieren erg primitief en vrij simpel vergeleken met de andere Nederlandse instanties. Het eerste bassin was klein, en om die reden moesten de dolfijnen worden verwijderd bij iedere schoonmaakbeurt. In 1979 was er een heropbouw en werden de dieren op een professionelere manier gehouden en verzorgd. Toen de dieren nog gehuurd werden waren er maximaal twee dolfijnen tegelijk aanwezig, later waren dit er ongeveer vijf tegelijk. Er zijn nooit succesvolle fokresultaten behaald met de dolfijnen in Ouwehands Dierenpark. Het besluit om de laatste dieren permanent over te kopen van de verhuurder was met name vanwege het feit dat het inmiddels verboden was om nieuwe dieren te importeren uit de Verenigde Staten. Dit was dus een zet om een eigen collectie dieren veilig te stellen. Vanaf 1986 werd er veel meer educatie gebruikt in de shows, een zeer positieve en moderne wending. In 1989 werd er echter door het bestuur besloten om te stoppen met het houden van dolfijnen na de dood van de laatste dolfijn. Hoewel er een vergunning was om maximaal zes nieuwe dieren te huisvesten, werd er besloten dat het gebouw niet meer voldeed aan de eisen om dolfijnen optimaal te huisvesten. Het gebouw bestaat nog steeds vandaag de dag en huisvest nu Californische zeeleeuwen waarmee ook shows worden gedaan. Er leven momenteel zeven dieren waaronder het zeer populaire mannetje 'Joop'.
Dierenpark Wassenaar 1966 - 1972
Dierenpark Wassenaar is een voormalige dierentuin, die in 1985 wegens geldgebrek werd gesloten. Het park was ontzettend populair, stond bekend om haar vele zeldzame soorten voor die tijd en was in sommige opzichten zelfs baanbrekend.De dierentuin werd in 1937 opgericht door Piet Louwman, en later voortgezet door Jan Louwman. Piet was liefhebber en verzamelaar van tropische vogels. Het begin van het park bestond dan ook vooral uit vogels, maar werd al snel aangevuld door populaire soorten zoals olifanten en tijgers, zeer veel mensapen en voor een korte periode ook een aantal zeezoogdieren. Op een bepaald punt leefden er meer dan 3500 dieren in het park. Dierenpark Wassenaar behaalde met veel bedreigde diersoorten goede fokresultaten, iets wat in die tijd nog niet zo vanzelfsprekend was voor een dierentuin.
De bekendste zeezoogdieren uit het park waren de Zeeolifanten Lampe, Inca, Felix en Johnny. Deze dieren waren echte publiekslievelingen. De zeeolifanten leefden eerst in de pinguinvijver (waar later ook gewone en grijze zeehonden leefden), maar later is er een apart verblijf voor ze gebouwd. Uiteindelijk zijn alle zeeolifanten ( vijf in totaal over de geschiedenis van de dierentuin) overleden of verhuisd naar onder andere Diergaarde Blijdorp en Zoo Osnabruck. Ook de Californische zeeleeuwen waren erg populair waaronder de dieren Timo en Lenka. Toen Timo overleed kwamen de dieren Robbie, Maggy, Jiggy en Hans naar het park. Er zijn echter ook verschillende bruinvissen en zelfs een jonge witsnuitdolfijn gehouden in het park! Al deze dieren waren het slachtoffer van stranding tussen 1966 en 1972. Ze zijn daarna in het park opgevangen. De dieren werden gehuisvest in het Nijlpaardenverblijf. Helaas heeft geen van deze dieren lang geleefd.
Neeltje Jans 1996 - 2004
Neeltje Jans is als werkeiland een onderdeel van de Oosterscheldekering. Na het voltooien van de Deltawerken is er op Neeltje Jans een informatie- en attractiepark geopend. Ook worden er verschillende dieren gehouden zoals vissen, zeehonden en Californische zeeleeuwen. Neeltje Jans diende lange tijd als zomeropvang voor bruinvissen die waren opgevangen in het Dolfinarium en niet terug konden keren naar het wild. Ook diende de zeebassins van Neeltje Jans als laatste stadium bij de herintroductie naar het wild. Hierdoor zijn er door de jaren heen veel verschillende bruinvissen gehuisvest. De dieren die voor herintroductie in het park verbleven werden uiteindelijk uitgezet en de dieren in permanente opvang keerden iedere zomer terug. In de winter verbleven zij in het opvangcentrum van het Dolfinarium. Ook zijn er verschillende onderzoeken gedaan met de bruinvissen door onder andere Ron Kastelein, destijds zeebioloog van het Dolfinarium. Toen in 2005 de bruinvis baai in het Dolfinarium werd gerealiseerd was het niet langer nodig om de dieren naar Neeltje Jans te verplaatsen.
In het Deltapark verbleef ook een aantal jaren een dolfijn! Renée was een gestreepte dolfijn, die aanvankelijk op Neeltje Jans werd voorbereid op een terugkeer naar het wild. Renée werd in december 1997 gevonden op het strand van Renesse. In het opvangcentrum van het Dolfinarium knapte ze al snel op. Gestreepte dolfijnen komen normaal niet snel voor in de Noordzee, wat Renée extra bijzonder maakte. Renée werd naar Neeltje Jans gestuurd om te wennen aan de natuurlijke zeecondities - iets waar de bassins van Neeltje Jans perfect voor zijn - . Hierna was het doel om haar weer vrij te laten in het wild. Dit ging echter niet volgens plan. De gestreepte dolfijn kon niet wennen aan de zeebassins van Neeltje Jans. Omdat ze te lang onderzoekend aan het wateroppervlak bleef, droogde de huid op haar rug volledig uit. Vervolgens werd ze in April 1998 teruggebracht naar het Dolfinarium in Harderwijk die betere middelen hadden om haar te behandelen. Ook het plaatsen van een maatje, namelijk een bruinvis genaamd Ids, stimuleerde Renée niet om dieper te gaan duiken en zwemmen. Na een korte periode terug in het Dolfinarium werd Renée opnieuw naar Neeltje Jans gebracht. Hierna is Renée na een korte wenperiode in Frankrijk terug uitgezet in het wild. De dolfijn zwom echter meteen terug naar de kust en strandde ter plekke weer. In totaal is twee keer geprobeerd om Renée uit te zetten in Frankrijk en beide keren spoelde ze opnieuw aan! De reden hiervan is nog altijd onbekend. Na de stranding werd de drie jaar oude dolfijn teruggebracht naar het Dolfinarium in Harderwijk. Toen ze vervolgens weer strandde is ze in 1999 teruggebracht naar Neeltje Jans waar ze in het zomerverblijf van de bruinvissen werd gehuisvest. Renée is in 2003 overleden.
SEAMARCO
SEAMARCO, een afkorting van Sea Mammal Research Company, is een onderzoekscentrum in Wilhelminadorp dat vooral onderzoek doet met zeezoogdieren. Onder andere onderzoek en studies naar geluid en het effect daarvan op zeehonden en bruinvissen. SEAMARCO is opgericht door Ron Kastelein die voorheen onderzoeken deed in Neeltje Jans en als zeebioloog werkte bij het Dolfinarium.
In totaal leven er nu twee dieren bij SEAMARCO, voorheen leefden er twee andere dieren, maar deze zijn vrij kort na aankomst overleden. Alle bruinvissen van SEAMARCO komen via SOS Dolfijn naar het onderzoeksinstituut toe. Het betreft dieren die niet meer geschikt zijn voor uitzet in het wild. SEAMARCO is niet open voor publiek.
Update: Dit blog werd geschreven in 2009. Sinds 2012 worden ook in Ecomare bruinvissen gehouden! Lees hier meer.