Alle Potvis skeletten in Nederland
Inleiding
Potvisstrandingen komen niet zo vaak voor in Nederland, vooral niet vergeleken met bijvoorbeeld bruinvissen of andere dolfijnachtigen. Er zijn periodes dat er bijna dagelijks bruinvis-skeletten of kadavers op de Nederlandse kust worden gevonden, maar met grotere walvissen zoals potvissen komt dit niet vaak voor. Potvissen komen namelijk niet vast voor in de Noordzee. Onze zee is op veel plekken te ondiep voor deze dieren en het voedsel wat potvissen eten komt hier niet of nauwelijks voor. Vaak zitten er meerdere jaren tussen twee potvis-strandingen in. Toch zijn er verschillende potvisskeletten te bekijken in Nederland. Uit de 16e, 17e en 18e eeuw zijn minstens twintig strandingen bekend. Vanaf halverwege de 18e eeuw tot in 1937 zijn er geen strandingen van potvissen op de Nederlandse kust gemeld. In 1937 strandden twee potvissen bij Terneuzen. Sindsdien zijn er meer dan tien strandingen van complete of bijna complete dieren in Nederland bekend. In het totaal zijn er 79 strandingen gemelde van potvissen in Nederland tussen 1255 en nu. Onder deze 79 meldingen varieert het echter van complete dieren tot één enkel bot of slechts meldingen in oude boeken en geschriften. Strandingen van complete dieren zijn dus nog altijd erg zeldzaam. De potvis is de grootste tandwalvis, een uniek dier. Alle andere walvissen van dit formaat hebben baleinen, een soort zeef in de bek en eten plankton, krill of hooguit kleine visjes. De potvis is echter een zeer meedogenloze jager die zelfs reuzeninktvissen aan kan. Zelfs alleen het skelet van dit dier is erg indrukwekkend. De ribbenkast en kop zijn ongekend groot en bijna onecht. Het lijkt net een dinosaurus. De botten en andere resten geven een kijk in de unieke leefwijze van deze karakteristieke reus.
Bij veel meldingen van aangespoelde potvissen op de Nederlandse kust (of andere landen die aan de Noordzee grenzen) gaat het om twee of meer exemplaren tegelijk. Het zijn eigenlijk altijd jongvolwassen of volwassen mannetjes, die tussen de 12 en 18 meter lang zijn. Groepjes jonge vrijgezellen verlaten in het najaar de grote kuddes potvissen van vrouwtjes met hun jongen in de tropische en subtropische delen van de oceaan. Zoals bijvoorbeeld bij Spanje en de wateren nabij Portugal. Waarschijnlijk doen ze dat omdat ze langer en dieper kunnen duiken dan de vrouwtjes en de jongen. Ze kunnen daardoor gebruik maken van andere jachtgebieden. De reden dat deze mannetjes potvissen vaak in Nederland stranden wordt geweten aan het feit dat ze de verkeerde afslag nemen bij Schotland en verdwaald raken. Vervolgens raken de dieren in paniek door de onbekende en ondiepe omgeving van de Noordzee en stranden ze vervolgens, vaak elkaar volgend op een zandbank of op het strand. Wanneer een potvis op het land terecht komt is de overlevingskans vrijwel nihil. Binnen een hele korte tijd verdrukt het gewicht van het dier de eigen organen en de bloedvaten worden bekneld. Helaas lopen strandingen van potvissen daarom vrijwel altijd slecht af voor het dier. Potvisstrandingen en botten van deze dieren zorgen al eeuwen voor verwondering onder mensen en zijn in Nederland vrij iconisch geworden. Generaties lang verwonderen deze enorme gevaartes op het strand jong en oud. Men komt vaak van over het hele land kijken naar zo'n stranding. Skeletten van potvissen zijn in verschillende Nederlandse musea te zien. Één van mijn vroegste herinneringen is het schaalmodel van een potvis waar deels een skelet in zat verwerkt op het terrein van Ecomare, Texel. Hierdoor werd ik toen al heel erg verwonderd. Later mocht ik zelf voor een potvis skelet 'zorgen' in het Zeeaquarium Bergen aan Zee. Al deze dieren hadden een leven, karakter en een eigen verhaal. Mijn doel was om ze allemaal te bezoeken, dat is inmiddels gelukt!
Potvissen zijn in Nederland vrij iconisch, vroeger maar ook vandaag de dag roepen zij veel verwondering op. Boven: Een schildering van het skelet van potvis Chris in het centrum van Den Helder.
Ecomare![]()
Mijn eerste langere vakantie weg van huis was naar Texel met mijn moeder en tante. Hier bezochten we zeehondenopvang en museum Ecomare, waar ik mijn eerste potvis in levende lijve zag. In Ecomare zijn twee potvissen te vinden. De eerste kom je meteen bij de ingang tegen. Dit vervallen skelet kent een rijke geschiedenis. Deze volwassen mannetjes potvis van 15 meter spoelde aan in 1953. Hij werd gevonden op het puntje van de Hors in verre staat van ontbinding. De complete bovenschedel ontbrak. Wat er over was van het dier werd naar Ecomare gebracht (toendertijds het Texels Museum). Ruim 25 jaar later, in 1978 ontdekt een visser een enorm bot ter hoogte van de Vliehors. Dit bleek de bovenschedel te zijn die matchte met dezelfde potvis! Na 25 jaar was het skelet dus eindelijk weer compleet! Er werd een compleet schaalmodel van het dier om de botten heen gebouwd. Ik heb dit model met eigen ogen gezien als kind en ik kan me nog goed herinneren dat dit heel veel indruk maakte op mij. Dit was de eerste 'echte walvis' die ik in het echt heb gezien. Bij de vernieuwing van het buitenterrein van Ecomare was er geen ruimte meer voor het model. De botten zijn daarom in hun oorspronkelijke staat bij de ingang op display gelegd. Helaas takelt het skelet nu op een snel tempo af omdat het wordt blootgesteld aan de elementen. De foto's hierboven zijn van verschillende jaartallen (ik bezoek Ecomare vrijwel ieder jaar) en je ziet dat het op iedere foto in een slechtere staat is. Door de jaren heen is het skelet verschillende keren bewerkt en hersteld. Ondanks dat hebben weer, wind en zout de botten aangetast. Ecomare heeft daarom gekozen om de botten nu in alle rust te laten vergaan.
De oude potvis van Ecomare door de jaren heen in verschillende stadia van aftakeling.
Museon![]()
Tijdens een zeer hevige storm op 15 december 1979 spoelde er een mannelijke potvis aan in Egmond aan Zee. Dit was destijds een hele happening en er wordt geschat dat wel tienduizenden mensen zijn gaan kijken naar het gestrande dier. De toenmalige directeur van het Museon wist de dode potvis voor zijn museum te bemachtigen. Er werd drie dagen en nachten gewerkt om het kadaver te ontleden en af te voeren. De reconstructie was een tijdrovende klus, omdat het skelet in vele stukken uiteen was gevallen. Dit kun je ook goed zien aan het skelet, dat met meerdere schroeven, stangen en andere constructies vast is gemaakt zodat het niet uit elkaar valt. De preparatie nam bijna een jaar in beslag. Het werd het eerste complete opgestelde skelet van een potvis in Nederland. Het skelet is 14,20 meter lang, de schedel 4,75 meter. De breedte van de staart is 4 meter. Deze potvis was levend zo'n 15,22 meter lang. Het staat nog steeds in het Museon in Den Haag. Hier is het te vinden in de ontvangsthal, vlakbij de ingang van de vergaderlounge. Je kunt dit dier letterlijk vanuit het verkeer zien hangen en je hoeft geen entree voor het museum te betalen om hem te kunnen bewonderen.
De potvis van het Museon is ook vanaf de buitenkant van het gebouw heel goed te zien. Schroeven en stangen houden het skelet bijeen.
Natuurmuseum Fryslân
Op 3 november 1994 strandde deze mannelijke potvis van 15 meter lang op de zandbank tussen Ameland en Terschelling. Er werd beweerd dat het dier een dag eerder nog levend gezien was. De maaginhoud bestond onder andere uit verschillende botresten van grote vissoorten en 2010 kaakjes van inktvissen (inktvis is het hoofddieet van de potvis). Ook werd een stuk touw gevonden in de maag. Leeftijdsbepaling werd gedaan op basis van groeiringen in een tand. Door slijtage aan de kroon was deze niet meer exact te bepalen, maar het dier was ten minste 33 jaar oud. In eerste instantie zou het dier naar Naturalis worden gebracht die interesse toonde in het skelet. Door problemen met de berging en financiële conflicten tussen de gemeente Terschelling en het museum in Leiden ging dit echter niet door. Uiteindelijk werd de potvis naar Natuurmuseum Fryslân oftewel het Fries Natuurmuseum in Leeuwarden gebracht, waar het verder werd schoongemaakt. Het skelet werd ook tijdelijk in het Noorderdierenpark in Emmen tentoongesteld, omdat deze dierentuin de helft van de kosten voor de berging en het uitbenen betaalde. Momenteel is het skelet van deze potvis het absolute pronkstuk van de walviszaal in Natuurmuseum Fryslân. De Walviszaal is gewijd aan diverse zeezoogdieren. Je vindt er naast de potvis ook skeletten van de griend, dwergvinvis, bruinvis, narwal en tuimelaar. Een zeer diverse collectie die heel mooi opgesteld staat zodat je alle dieren goed kunt zien en vergelijken. Hierdoor komt de diversiteit van cetacea heel erg goed naar voren.
Natuurmuseum Brabant![]()
Op 12 januari 1995 strandden er drie potvissen tegelijk in Kijkduin bij Scheveningen. Van twee van deze drie potvissen is de leeftijd bepaald: een was ten minste 31 jaar oud, de ander zeker ouder dan 26 jaar. Het redden van deze dieren was niet meer mogelijk. Zelfs als potvissen levend stranden hebben zij vaak al snel geen kans meer omdat het grote gewicht van de dieren de organen en bloedvaten verdrukt. Alle drie de dieren zijn ontleed in Naturalis en ze hangen nu alle drie in verschillende musea. Één dier hangt in het Natuurmuseum in Brabant, één in het natuurhistorisch museum in Rotterdam en het laatste dier in het oertijdmuseum in Boxtel (voorheen de groene poort Boxtel). Het exemplaar in Tilburg is bijna 15 meter lang en erg imposant. Het hangt in een grote, lichte ruimte waar je helemaal om het skelet heen kunt lopen en het van alle kanten goed kunt bekijken. Het skelet is in zeer goede staat. Voor deze potvis naar Tilburg kwam heeft hij nog een tijd in het Natura Docet Wonderryck in Twente gehangen voor de tentoonstelling "Giganten gestrand". Dankzij een samenwerking tussen de twee musea kwam het skelet naar het Natuurmuseum Brabant in Tilburg.
Oertijdmuseum Boxtel![]()
In het Oertijdmuseum in Boxtel (voorheen de groene poort Boxtel) hangt potvis Casper. Casper is één van de dieren die op 12 januari 1995 aanspoelden in Scheveningen. Dit 15 meter lange mannetje was het grootste en meest beschadigde exemplaar van de drie en er zijn speculaties dat hij door een schip is aangevaren, vervolgens is het dier gestrand en aan zijn verwondingen overleden. De twee andere exemplaren die nabij Casper zijn gevonden hoorden waarschijnlijk bij dezelfde vrijgezellengroep en zijn Casper simpelweg gevolgd. Het gebeurt wel vaker dat er meerdere dieren tegelijk stranden, dit noemt men dan een groeps of zelfs massastranding. Casper werd destijds beschreven als de grootste potvis die ooit in Nederland was gestrand, maar dit kun je met een korrel zout nemen, aangezien dat bijna altijd werd gezegd bij een stranding van een volwassen dier om zo meer publiek te trekken. Ook musea claimen graag dat ze het grootste skelet hebben en er zijn vaak nog wat extra meters aan de lengte toegevoegd. Casper hangt in de entree van het museum en ook deels boven het restaurant. Hij is heel goed zichtbaar van twee verschillende verdiepingen en meerdere hoeken.
Natuurhistorisch Museum Rotterdam![]()
Het derde dier van de stranding op 12 januari 1995 hangt in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Ook dit dier was een mannetje van bijna 15 meter. Het skelet heeft een ereplaats gekregen in één van de nieuwbouw hallen en is nu letterlijk het grootste museumstuk in de collectie. "We zijn vijf dagen op dat strand bezig geweest om het dier uit te benen. Het regenpak dat ik toen droeg, heb ik nog en dat ruikt nog steeds naar dode potvis." aldus Directeur Kees Moeliker. De dakconstructie van de glazen voorhal van het paviljoen werd zodanig verstevigd dat het geraamte eraan opgehangen kon worden. Een enthousiast team collectiebeheerders en andere vrijwilligers heeft met assistentie van preparateurs van het Nationaal Natuurhistorisch Museum (Naturalis Leiden) het kadaver in vier dagen afgespekt en uitgebeend. Het verdere ontvlezen en ontvetten van de skeletonderdelen, gebeurde in Naturalis. Het skelet is van buitenaf het beste zichtbaar. Hier hangt het vrij hoog in de hal en het is zo opgehangen dat het in beweging lijkt. De meeste andere skeletten uit dit lijstje zijn vrij recht en 'statisch' opgehangen of opgesteld. Bij het exemplaar in Rotterdam lijkt het echter of het dier nog daadwerkelijk in beweging is en naar boven zwemt.
Fort Kijkduin![]()
Potvis Chris; een mannetje van 11 meter lang, spoelde aan op 27 november 1997 in Wassenaar. Hij was de eerste van een massastranding; één dag later volgden nog vier mannetjes en een vijfde mannetje werd levend gezien tussen Den Helder en Texel. Waarschijnlijk heeft dit dier de weg terug gevonden of het was een valse waarneming. Het skelet van Chris werd schoongemaakt en tentoongesteld in de kelder van Fort Kijkduin in Den Helder. Hier lag het geraamte jarenlang in de stoffige, vochtige kelder van Huisduinen en daardoor is het skelet behoorlijk snel afgetakeld. Zijn staart was doormidden gebroken, hij was zijn tanden kwijt en zijn kop zag zwart door de schimmel. Het skelet van potvis Chris is daarom met behulp van crowdfunding weer schoongemaakt. Kosten van het project: 20.000 euro! Fort Kijkduin heeft ruim de helft daarvan zelf bij elkaar gespaard. De rest werd opgehaald met de crowdfundactie ‘Red Chris de Potvis opnieuw!’. Preparateur Chris Walen haalde het skelet van de potvis uit elkaar. Hij kent de potvis, want hij heeft het dier uitgebeend toen het in 1997 strandde bij Wassenaar. Het skelet is nu te bewonderen in één van de pas gerestaureerde bastions met de expositie ‘Het leven van Chris de Potvis’. Hier is het skelet veel beter te zien en zijn er verschillende educatiematerialen over Chris, potvissen en walvissen in het algemeen te bekijken. Ik heb dit dier in beide situaties bezocht. Het komt nu echt veel beter tot zijn recht!
Chris in de oude setting in de kelder, daarna net na plaatsing in het nieuwe bastion en in huidige toestand met een plaque op de bodem.
Zee Aquarium Bergen aan Zee
Één dag nadat Chris uit Fort Kijkduin aanspoelde in Wassenaar, spoelen er nog vier mannetjes aan in Ameland op 28 november 1997. Vermoedelijk hoorden zij bij dezelfde groep als Chris. De dieren werden allemaal bij elkaar gesleept en trokken destijds heel veel bekijks. Veel mensen reisden speciaal af naar Ameland om de potvissen te bekijken. Ze lagen alle vier op een rij en kregen 24 uur bewaking. Toch werd bij één van de dieren de onderkaak gestolen. Deze was afgezaagd met een kettingzaag, het ging de dieven om de waardevolle tanden van het dier. Het Zeeaquarium kon door snel handelen beslag leggen op het karkas van één van de potvissen. Eigenhandig werd het skelet van de potvis van huid en ingewanden ontdaan en in het Zeeaquarium tentoongesteld in een speciale ruimte. Hier kon je het 14 meter lange skelet van het dier bewonderen, evenals foto's van de de potvis en wat algemene educatie over de soort. Bovendien werd er de geschiedenis van het tragische einde van de Ameland-potvis verteld. Deze potvis zaal had eerst een houten vloer, maar na een overstroming in 2007 werd deze vervangen door steen. Bij de verbouwing van het Zee Aquarium in 2016 werd het skelet verplaatst naar de entree van het aquarium, waar het nu aan het plafond hangt. Ik werkte in het Zee Aquarium toen het dier nog een eigen aparte ruimte had en kan me de geur nog heel goed herinneren. Iedere ochtend maakte ik de ruimte schoon, stofte ik de potvis af en poetste ik de educatieve bordjes over de potvis en andere walvisachtigen, hopend dat ik ook met de echte, levende walvisachtigen zou werken. Die droom is inmiddels uitgekomen! De potvis begroet mij nog iedere keer als ik de entree van het aquarium binnenkom en herinnert mij eraan hoe ver ik ben gekomen sindsdien.
'Mijn' geliefde potvis in de oude ruimte met zowel de houten als stenen vloer en in de huidige locatie, hoog hangend boven de entree.
Natuurcentrum Ameland
Het skelet dat hangt in het Natuurcentrum van Nes in Ameland is van één van de vier potvissen die in 1997 aanspoelden op Ameland. Met een lengte van 13.60 meter is het skelet van een potvis het grootste object in de collectie van het Natuurcentrum. In het museum is een walviszaal ingericht met onder meer een skelet van een potvis, een bultrug en verschillende kleinere skeletten, botten en modellen van walvisachtigen. De kaak van het vierde dier waar dieven een deel van hebben afgezaagd met een kettingzaag is ook te zien in dit museum! Ook zijn er filmbeelden van de aangespoelde potvissen te zien. Informatie over walvissen, de strandingen en nog veel meer is te vinden in deze permanente expositie. Het potvisskelet en verschillende andere walvisskeletten hangen strategisch opgesteld boven een aantal aquaria en zeewaterbassins. De beelden geven de stranding van 1997 weer. Dat er op één plaats vier dieren tegelijk aanspoelden, was nog niet eerder gebeurd. Een dode potvis wordt binnen enkele uren zo warm dat het dier letterlijk kan ontploffen, zoals op Ameland gebeurd is. Het rottingsproces komt snel op gang doordat de dikke speklaag de lichaamswarmte vasthoudt. Er ontwikkelen zich gassen in de maag en ingewanden. Om ontploffing te voorkomen hebben medewerkers van de zeehondencrèche in Pieterburen de kadavers van twee dieren 'lek' geprikt. Beelden van de 'ontploffende' potvissen zijn eveneens te zien in het Natuurcentrum. Het museum is klein, maar zeer vermakelijk en informatief met een leuk zeeaquarium.
Het Arsenaal
Één van de vier aangespoelde potvissen uit Ameland werd tentoongesteld in het Arsenaal in Vlissingen. Dit opende in zijn laatste vorm als Maritiem Attractiecentrum in 1993. Hier had het skelet jarenlang een plek in de de "Potvisexpo", waar je om het skelet heen kon lopen en vanalles kon leren over potvissen. In die tijd hing het dier op een duidelijke en goed-verlichte plek. Helaas ben ik pas gaan kijken toen het skelet was verplaatst. Bij mijn bezoek hing skelet bijna verticaal vanaf een plafond en behoorlijk 'weggestopt' op een donkere plek tussen het aquarium en het speeltuingedeelte in. Het was hierdoor moeilijk om goed te bekijken en te bewonderen (wat erg jammer is naar mijn mening!) Van de vier dieren die op 27 november 1997 zijn aangespoeld in Ameland is dus één dier naar Bergen aan Zee gegaan, één dier naar Natuurcentrum Ameland (Nes), één dier naar het Arsenaal in Vlissingen en het vierde dier is niet tentoongesteld vanwege de missende onderkaak (maar wat er over is van de onderkaak is ook te zien in Nes). Helaas sloot het Arsenaal in 2021 haar deuren en is het niet duidelijk wat er met dit skelet gaat gebeuren. Inmiddels gebruikt Freek Vonk een potvis skelet in zijn shows, ik heb het vermoeden dat het om dit skelet gaat.
De Noordwester
Op 26 juni 2004 is op Vlieland een potvis aangespoeld. Het was een mannetje van 15 meter lang en al enige weken dood toen hij aanspoelde. Nu hangt het skelet van dit dier in museum de Noordwester in Vlieland. De potvis heeft waarschijnlijk twee a drie weken dood in de Noordzee rondgedobberd, dit maakte het uitbeenproces een uitermate vies klusje. Beelden en foto's hiervan zijn te bekijken in het museum. Eerder die week spoelde al een dode bultrug op Vlieland aan. Een conservator die nog op het eiland was voor de aangespoelde bultrug, kon meteen weer aan de slag. Een aantal maanden later op 2 november 2004 spoelden er twee levende potvissen aan in Vlieland. Er werd een reddingsactie opgezet voor de twee mannelijke dieren. De dieren waren vastgelopen op de Richel, een zandplaat in het zeegat tussen de beide eilanden. Ze waren zo'n 10 tot 12 meter lang en kwamen verward en verzwakt over. Boten van de reddingsmaatschappij, de politie en het Terschellinger bergingsbedrijf Noordgat probeerden met hun schroeven het zand onder de walvissen weg te blazen. Dat lukte, maar eenmaal los zwommen de dolende potvissen steeds weer in de richting van de ondiepe Waddenzee. Daarbij leek het alsof de ene potvis zijn zwakkere metgezel ondersteunde; ze waren hun oriëntatie kwijt. Zo`n dertig Vlielanders en Terschellingers hebben de dieren uiteindelijk terug in het water weten te krijgen met goede afloop. Het skelet van de eerdere potvis herinnert nog altijd aan het bizarre jaar waarbij dus vier walvissen aanspoelden in Vlieland! Een dode potvis, een bultrug en twee levende potvissen. Van de levende dieren is later niets meer vernomen en de hoop is dat zij het hebben gered.
Ecomare - Walviszaal![]()
Op 15 december in 2012 spoelde er een dode potvis aan op de Razende Bol, drie dagen na de stranding van een levende bultrug. Deze potvis was al overleden toen hij gevonden werd door kitesurfers. Het was een mannetje van zo'n 13 meter lang. Het dier werd naar Ecomare gebracht waar tijdens het ontleden zeldzame, grote brokken ambergris, met een totaal gewicht van 83 kilo werden gevonden in de endeldarm. Deze zeer uitzonderlijke hoeveelheid ambergris maakte het dier wereldwijd uniek. Ambergris is een wasachtige substantie uit de darmen van de potvis. Dit vormt vaak om de scherpe bekjes van de inktvissen die potvis heeft opgegeten. Ambergris is een uitermate kostbaar materiaal dat gebruikt wordt bij het maken van parfum, het houdt namelijk heel goed geur vast. Het skelet van deze potvis werd schoongemaakt en werd live opgebouwd in Ecomare. Ik ben destijds gaan kijken tijdens het opbouwen van dit skelet. Hier werd ook dagelijks een presentatie bij gegeven en dat was razend interessant! Ook replica’s van de ambergis, gevonden in de darmen van de potvis werden al tentoongesteld, evenals een replica van het blaasgat (compleet met littekens van reuzeninktvissen) en een model van de penis van het dier. Dankzij de opbrengst van de verkoop van het ambergris dat in de potvis werd gevonden heeft Ecomare de bouw en inrichting van de nieuwe tentoonstellingszaal kunnen realiseren. De walviszaal werd geopend in 2014 en is het pareltje van het museum, waar je op maar een paar centimeter afstand staat met enorme en zeldzame walvisskeletten. Borden, schermen en modellen nodigen je uit om meer te leren over deze intrigerende zeedieren. Door het slimme gebruik van belichting krijg je de indruk dat je onderwater bent en schijnen de schaduwen van de skeletten op de silhouetten boven zich. Zo krijg je ook meteen een beeld van hoe deze dieren er levend uit zien.
Terra Maris![]()
Op 1 december in 2017 spoelde er een 12,56 meter lange mannelijke potvis aan bij Domburg en dat trok veel bekijks! Deze potvis werd door het publiek omgedoopt tot "Pieter" naar Pieter Zeeman, de Zeeuwse Nobelprijs winnaar. Uit onderzoek bleek dat het dier ongeveer 15 jaar oud was en door honger gestrand was en om het leven kwam. Experts achten de kans groot dat hij nog leefde toen hij aanspoelde. Zo had hij schrammen op zijn lijf, wat erop kan duiden dat hij nog heeft bewogen na de stranding. Vermoedelijk was Pieter verdwaald en kon hij in de Noordzee nauwelijks voedsel vinden. Nog geen week na de stranding liet Terra Maris weten dat het de overblijfselen van het zoogdier graag tentoon zou willen stellen, in het museum op vijf kilometer van de vindplaats. Daarvoor moest het museum in overleg met onderzoeksinstituut Naturalis in Leiden, dat automatisch eigenaar wordt van gestrande zeedieren. Terra Maris kreeg toestemming om Pieter voor - in eerste instantie - drie jaar tentoon te stellen. Bij het inschuiven van de kop van Pieter in een container ging het mis en liep de schedel een breuk op. Door een geluk bij een ongeluk kon hierdoor een afgietsel gemaakt worden van de hersenen van het dier. Dit afgietsel staat nu tentoongesteld in dezelfde ruimte als het skelet van Pieter. In geen ander museum is dit te zien! Het skelet is maar voor de helft opgezet (mogelijk door de beschadiging) in een krappe ruimte boordevol educatiemateriaal. De potvis past zelfs niet helemaal in deze ruimte dus een klein deel van de staart steekt uit aan de andere kant van de muur! Een hele aparte manier van tentoonstellen, maar de educatie en interessante andere stukken in de tentoonstelling maken een bezoek meer dan waard.
Slotwoord

Dat waren alle (vrijwel) complete potvisskeletten die (op het moment van het schrijven van het artikel) in Nederland worden tentoongesteld. Hopelijk hebben jullie genoten van dit stukje Nederlandse geschiedenis. Hoewel het misschien beknopt lijkt, ben ik voor dit blog letterlijk heel Nederland afgereisd om foto's te maken en informatie op te doen. Ook was er een hele hoop onderzoek en gepuzzel nodig om alle data en informatie over de skeletten te vinden en met het juiste dier te matchen. Hopelijk genieten jullie net zo van deze fascinerende skeletten als ik zelf doe! Deze blog omvat echter lang niet alle dieren die in Nederland aanwezig zijn. Een aantal skeletten, schedels en skelet-delen liggen in het magazijn van Naturalis en andere musea, waaronder de potvis die in 29 juni 2018 overleed in Den Helder, opnieuw weer een mannetje van rond de 17 meter. Hopelijk worden deze ooit publiekelijk tentoongesteld. In Naturalis en het Natuurhistorisch museum in Rotterdam worden verder nog twee potvis-schedels tentoongesteld. Het exemplaar in Rotterdam is een replica van de uitgestorven roofpotvis "Leviathan melvillei". Paleontologen van de Natuurhistorische musea van Rotterdam, Parijs, Pisa, Lima en Brussel en van de Universiteit Utrecht waren betrokken bij de ontdekking en de beschrijving van Leviathan melvillei, wiens naam letterlijk 'zeemonster' betekent. Het fossiel, waarop de replica gebaseerd is heeft een schedel van drie meter lang en is afkomstig van een naar schatting 13 tot 18 meter lange roofpotvis. De tanden zijn gigantisch: maximaal 12 centimeter in diameter, en 36 centimeter lang. Er stonden er negen van in elk van de beide bovenkaken, en elf in de beide onderkaken. Met dat gebit was Leviathan een geduchte jager en zo ziet hij er ook uit!
Boven: Replica van de uitgestorven roofpotvis "Leviathan melvillei".
Boven: Potvisschedel in Naturalis. gestrand nabij Terschelling op 29 juli 2013. Levend gestrand op uiterste oostpunt van Terschelling, maar na enkele uren overleden. Reddingspoging is mislukt. Gewicht 31.000 kilo (gewogen). Onderkaak in verleden gebroken, verkort, maar wond goed geheeld. Bewaard voor onderzoek. Sectie wees op goede voedingstoestand, maar de maag was vrijwel leeg.
Verder heb ik in Duitsland en Denemarken ook nog drie complete potvis-skeletten mogen bewonderen. Het exemplaar in Denemarken was uitermate fors en grof-gebouwd. Ook het skelet dat in Aquazoo Dusseldorf hangt krijgt nog een vernoeming, omdat het afkomstig is uit een stranding in Nederland! Het is afkomstig van een 17 meter lang mannetje dat op 3 januari 1970 op het strand in Breskens aanspoelde. Oorspronkelijk werd he skelet bewaard in Naturalis. Tien jaar later werd het cadeau gedaan aan het Aquazoo Löbbecke Museum in Dusseldorf. Franz Hönekopp, een beschermheer van het museum, aan wie zij een uitgebreide mineralencollectie te danken hebben, regelde de levering en financierde het transport van het skelet naar het Löbbecke Museum. Het kwam daar op 1 februari 1984 aan. De preparateurs ontvette het skelet ter plaatse, net op tijd voor de opening van het nieuwe gebouw in het Nordpark in 1987. Daar kon het voltooide skelet voor het eerst worden geassembleerd en aan het publiek worden gepresenteerd en is sindsdien een van de - letterlijk - grootste attracties van het museum. Dan is er nog de potvis die in het Natuurkunde museum van Munster hangt. Dit skelet is van een mannetje dat op 14 november 2011 strandde in Pellworm. Alledrie de skeletten staan hieronder op de foto.
Hopelijk hebben jullie genoten van deze informatie over één van de meest unieke walvisachtigen die op onze wereld voorkomt. Het stranden is voor zo'n dier vrijwel altijd het einde en enorm tragisch, maar op deze manier kunnen we toch nog van deze prachtige dieren genieten en er iets van leren!
